29/08/2025
De Wet van de Opruimentropie
Stel dat we een nieuwe regel zouden hanteren: geen enkel energieproject mag starten zonder dat er vooraf een realistisch fonds wordt gestort voor opruiming, sanering en compensatie. Geen kerncentrale zonder een pot voor ontmanteling en afvalbeheer. Geen olieveld zonder miljarden voor het verwijderen van platforms en pijpleidingen. Geen windpark zonder gereserveerd budget voor recycling van wieken en fundaties.
Het klinkt als simpele fatsoenslogica – “laat geen troep achter, ruim op wat je zelf gebruikt hebt.” Maar zodra je deze logica toepast, stort het bouwwerk in. Rosebank en Cambo in de Noordzee worden direct onrendabel. Kerncentrales blijken financieel onmogelijk als het afvalbeheer voor tienduizenden jaren vooraf moet worden betaald. Zelfs wind en zon verliezen hun schijnbare g***s zodra de eindfase van de cyclus in de begroting verschijnt.
Dat is de paradox van de Wet van de Opruimentropie: ze is volstrekt redelijk, maar tegelijk onmogelijk. Ze druist in tegen de tweede hoofdwet: entropie laat zich niet afkopen. Wie dat toch probeert, belandt in de waanzin van Goethe’s Tovenaarsleerling: hoe harder de bezems dragen, hoe groter de chaos.
De casus Groningen laat zien hoe dat uitpakt. Er liggen nog winbare gasreserves, maar zodra je de compensatie en herstelkosten voor de Groningers “ruimhartig” in de begroting zet, verdampt elk economisch voordeel. Wat als rijkdom werd verkocht, verandert in een schuld. Rosebank staat voor precies hetzelfde: twintig jaar in de la vanwege marginale economie, nu officieel stilgelegd onder CO₂-retoriek, maar in wezen al failliet zodra de opruimkosten worden meegerekend.
Ook de groene transitie ontsnapt er niet aan. Mijnbouw, opschaling en afvalbergen groeien sneller dan de CO₂-boekhouding kan bijhouden. Zonnepanelen, batterijen en wieken leveren energie, maar produceren tegelijk een enorme stroom nieuwe entropie. Fatsoenslogica in groene kleren blijft een entropieversneller.
Zo schuift de discussie tussen twee uitersten. Aan de ene kant de groene maskerade: Net Zero, circulariteit, beloften van later opruimen. Aan de andere kant de Trumpiaanse ontkenning: bigger, faster, turbo V6, alsof eindigheid niet bestaat. De ene camoufleert de rotzooi, de ander ontkent haar bestaan. Beide strategieën leiden tot hetzelfde: een wereld die steeds sneller entropie produceert en de opruimkosten doorschuift naar de toekomst.
Daarmee wordt de paradox compleet. De mens belijdt officieel rentmeesterschap, maar handelt in werkelijkheid volgens het adagium “na ons de zondvloed.” De Wet van de Opruimentropie legt die verdringing genadeloos bloot. Ze laat zien dat onze beschaving structureel leeft van uitgestelde rommel. En dat we, hoe beschaafd of grof we ons ook voordoen, niets anders doen dan de bezems van Dukas: entropie versnellen in de waan van beheersing.