26/05/2025
Een steen die blijft
De burgemeester had een trui aan met gaten. Niet modieus, nee, echt versleten. Hij rook naar tabak en herinnering, en leidde me zwijgend langs een pad omhoog, naar wat ooit een kasteel was. Twee stenen muren, een wild groeiende braamstruik, en stilte.
“Hier,” zei hij, en wees op een plek waar niets te zien was. “Hier gebeurde het. Toen en toen weer. De dans, de razzia. En later... de wraak.”
Ik knikte, want wat zeg je als de geschiedenis zwaarder weegt dan je eigen schaduw.
Op 2 september 1944 werden hier veertig Duitse krijgsgevangenen geëxecuteerd. Een vergelding voor de vijfentwintig jonge mannen die een jaar eerder, tijdens een verboden bal, waren neergemaaid door nazi’s. Niemand had daarna nog gedanst in Habère-Lullin. Een klein dorp in de Franse Alpen, niet ver van het meer van Genève.
De burgemeester wilde geen triomfmonument. Geen heldenverering. Hij wilde een plek waar je kon gaan zitten. Kijken. Begrijpen — of op z’n minst voelen hoe dun de lijn is tussen recht en wraak.
Ik stelde iets voor wat geen steen is, maar wel een steen is geworden: versteend hout. Miljoenen jaren oud, grillig en stil. Een boom die ooit groeide en toen versteende, als symbool van standvastigheid. Daarnaast een plaat van Cortenstaal — niet zomaar staal, maar met een roestige huid die het leven doorleefd maakt. De tekening erin wordt er met een laser uitgesneden, zodat het zonlicht zelf de herinnering schrijft.
De burgemeester knikte traag. “Pas,” zei hij, “dat is precies wat het moet zijn. Geen oordeel. Alleen herinnering. En misschien... een beetje vrede.”
We liepen terug, langs een kip die ontsnapte uit een tuin, en een vrouw die “bonjour” riep met een stem vol lente.
Soms maak je geen monument voor de doden, maar voor de levenden die willen blijven voelen dat ze mensen zijn gebleven. Ook toen. Juist toen.