Ad van den Oord Historie & Oisterwijk

Ad van den Oord Historie & Oisterwijk Historisch onderzoek en publicaties over Brabant, Tweede Wereldoorlog en Oisterwijk.

Wat de Duitse bezetter in 1944 in het WVA achterliet!
18/03/2026

Wat de Duitse bezetter in 1944 in het WVA achterliet!

In een boekje uit 1915 bevindt zich deze foto: een boerin met haar boerenproducten op weg naar de markt (?) in Oisterwij...
18/03/2026

In een boekje uit 1915 bevindt zich deze foto: een boerin met haar boerenproducten op weg naar de markt (?) in Oisterwijk.

Jan Glotzbach was socialist en badmeester. Hij was de allereerste badmeester van het Staalbergven. Hij redde in het ven ...
11/03/2026

Jan Glotzbach was socialist en badmeester. Hij was de allereerste badmeester van het Staalbergven. Hij redde in het ven maar liefst zes drenkelingen in de korte periode dat hij er badmeester was. Hij was er maar kort omdat kapelaan Litjens hem wegpestte.

Geboren te Deventer op 15 april 1897 als zoon van Maria Johanna Steenbergen (Deventer 8 december 1873-Apeldoorn 14 december 1964), dochter van een dagloner. Na haar huwelijk op 14 oktober 1897 met de trompetter Andreas Lambertus Glotzbach (Leeuwarden 24 januari 1873-Den Haag 16 augustus 1959) werden twee kinderen gewettigd, waaronder Jan. Jan Glotzbach had als kind maar één wens": naar zee. Op veertienjarige leeftijd bracht zijn vader hem naar de Zeevaartschool in Leiden. In 1913 mocht Jan starten op de HM Gelderland en in 1914 werd hij op de duikersschool geplaatst. Maar de Eerste Wereldoorlog dwong hem aan wal te blijven. In 1917 voer hij met de HM Zeeland naar Indië om vervolgens af te meren in New York. De avonturier werkte er tien maanden op een Amerikaanse boerderij. Vervolgens nam hij dienst op een vrachtschip dat voer tussen New York en Havana. Maar uiteindelijk is hij het varen zat en keerde hij terug naar Nederland. Daar maakte hij Anna Wilhelmina Meijer (Amsterdam 18 december 1897) zwanger en op 4 februari 1918 kregen ze in Amsterdam een zoon Jan. Vervolgens kwam het ongehuwde stel met kind in Oisterwijk wonen waar op 31 december 1918 werd gehuwd. Op 27 juni 1919 kregen zij te Oisterwijk een dochter Neeltje Maria (die later zou huwen met Anton Hilbrink). Jan was nog steeds officieel matroos. Op 5 september 1920 werd er nog een tweede zoon geboren. Jan Glotzbach was in Oisterwijk secretaris en penningmeester van de SDAP-afdeling vanaf 1920 tot in elk geval begin 1922. In 1919 stond hij vermeld als 'arbeider', maar in september 1920 als 'badmeester'. Bij de Oisterwijksche Bad- en Zwemvereeniging startte zijn carrière als badmeester. Hij haalde maar liefst zes drenkelingen uit het water van het Staalbergven. Maar voor een socialist was in het Oisterwijkse geen plaats. Op 2 juli 1921 waarschuwde kapelaan J. Litjens de Bossche bisschop voor de Oisterwijkse zwemclub die volgens hem een ‘ellendigen invloed op ons roomschen uitoe­fent met den zede­lijken minder­waardigen Dr. Bloemink als president en een socialist als badmeester’. Met die laatste doelde de kapelaan dus op Jan Glotzbach. Ergens in 1921-1922 vertrok Glotzbach naar Deventer, zijn geboortestad, om daar badmeester te worden. In januari 1926 werd hij badmeester op het sportpark Almelo van de Nederlandsche Arbeiderssportbond. Hij richtte er in 1933 ook een EHBO-afdeling op. Daar zou hij in 1965 afscheid nemen, nadat hij 38 jaar de leiding had gehad over het zwembad in Almelo. Bij zijn afscheid vermeldde hij naast badmeester ook taxichauffeur, fotograaf, machinist op een zandtreintje, marktkoopman en nog veel meer te zijn geweest. Hij kon zich toen nog opwinden over zijn beginperiode waarin gemengd zwemmen tegenstand ontving en het bad was ingedeeld in een eerste en tweede klasse. Voor de socialist Glotzbach was dat laatste onaanvaardbaar. Zijn zoon Jan was tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het verzet en na de oorlog werkte deze als gemeenteambtenaar in Almelo. Jan Glotzbach overleed op 28 december 1978 te Almelo.

Literatuur: Tubantia, 19 april 1962.

Theo Cuijpers overledenOp dinsdag 3 maart is Theo Cuijpers overleden. Theo werd geboren op 21 januari 1949 te Eindhoven....
06/03/2026

Theo Cuijpers overleden

Op dinsdag 3 maart is Theo Cuijpers overleden. Theo werd geboren op 21 januari 1949 te Eindhoven. Hij werkte van 1971 tot 1976 als onderwijzer in Vlaardingen en vervolgens als leraar geschiedenis en maatschappijleer aan de scholengemeenschap Durendael te Oisterwijk (1976-2005). Vanaf 2005 tot zijn pensioen werkte hij voor Erfgoed Brabant, de eerste vijf jaar als consulent voor erfgoededucatie, vanaf 2010 voor cultuurhistorie. Hij was bestuurslid en redactielid van de Historische Vereniging Brabant. Hij werkte mee aan het boek over de ‘Armhoefse Akkers, de Tilburgse wijk waar hij zelf gedurende zijn arbeidzaam leven lange tijd woonde. Theo was eindredacteur van de Oisterwijkse Historische Reeks, o.a. van de boeken ‘Zorgvolle tijden. Oorlogsjaren in Oisterwijk’ (1991), ‘Naar verluidt. Kerk en pers in Oisterwijk’ (1992) en ‘Hoe straalt de oude school’ over onderwijs in Oisterwijk (1997). In 2011 verscheen een boek over de geschiedenis van natuur en toerisme in Oisterwijk onder zijn leiding. Theo was een zeer actief lid van Brabants Heem en van de Heemkundekring Tilborch (werkgroep Monumenten). Begin jaren tachtig heeft Theo als bestuurslid van de PPR-Tilburg mede de stoot gegeven in Oisterwijk tot de vorming van een samenwerkingslijst van CPN-PPR-PSP voor de gemeenteraadsverkiezingen. Dat mondde later in die jaren tachtig uit in Progressief Oisterwijk en vervolgens GroenLinks. Naar ik heb vernomen is Theo gestorven in het ziekenhuis aan de gevolgen van een dubbele longontsteking. Theo Cuijpers is 77 jaar oud geworden.

Ongetwijfeld de beste stadsdichter ooit van Moergestel en van onze hele gemeente: Jacques Stroucken, die vandaag 21 jaar...
26/02/2026

Ongetwijfeld de beste stadsdichter ooit van Moergestel en van onze hele gemeente: Jacques Stroucken, die vandaag 21 jaar geleden overleed. Hieronder zijn biografie en enkele strofen uit zijn mooie in dialect geschreven gedicht 'Ode aon Gessel'.

Geboren op 29 december 1929 te Hintham. Hij huwde en kreeg een zoon en een dochter. In de jaren negentig volgde een echtscheiding. Jacques Stroucken werd seminarist (Langeweg, kapucijnen) en na de oorlog, het seminarie van de paters was door oorlogsgeweld verwoest, pater kapucijn in Oosterhout. Hij was daar leraar (classicus) aan het Sint Oelbertgymnasium van de paters. In 1988 verzorgde hij de eindredactie van een geschiedenisboek over het gymnasium van de paters. Hij was toen al uitgetreden en woonde met zijn gezin in Moergestel. Hij werd daar vooral bekend als dichter. In 1994 won Jacques Stroucken met het gedicht ‘Opa’ de eerste prijs op het Dialectfestival in Lieshout. In datzelfde jaar bracht hij een bundel (Toemethooi) vol dartelende verzen uit, met een ‘Ode aan Gessel’ erin. Hij publiceerde onder het pseudoniem Jodocus zijn dialectgedichten in Moergestel Nieuws. Hij schreef ook ander werk (De avonturen van Tobias Stekelbaars voor kinderen; dierenversjes in de traditie van Cees Stip; heemkundige artikelen). Hij had een belangrijke hand in het jubileumboek over de Moergestelse harmonie en hij was jarenlang voorzitter van hengelsportvereniging De Rietvoorn. Hij was correspondent voor het Nieuwsblad van het Zuiden, 'Oppersauweleer' van Moergestel en in de jaren negentig, afkomstig van de lijst Betsie Denissen, de laatste parlementaire vertegenwoordiger van de Sociale Partij Moergestel (SPM) in de Moergestelse raad, tot deze gemeente per 1 januari 1997 bij Oisterwijk gevoegd werd. Na zijn scheiding verhuisde hij in 1996 naar Oisterwijk (Tilburgseweg), waar hij lid werd van GroenLinks. Jacques Stroucken overleed op 26 februari 2005 te Oisterwijk aan de gevolgen van een hartinfarct. Hij werd begraven op het kerkhof van de Petruskerk te Oisterwijk. Enkele versregels van hem staan op de 'eerste' steen van de nieuwbouw van Den Boogaard in Moergestel.

Ode aon Gessel

De boeren in Gessel zèn van un goei sort,

en de vèrkes die zèn naovenaant;

die meste ze groot vur de vleesexport,

mar de zèk giete ze over ut laand.

En as dan de wènd naor ut durp toe wèjt

dan geniet ik die Gesselse geur;

mar in ‘t bungalowpark zegt mevrouw: Adelhèt,

s’il vous plaît, sluit je even de deur?

Vandaag precies 107 jaar geleden stierf Johanna van den Boer, die minstens vanaf 1865 de herberg De Nederlander dreef op...
20/02/2026

Vandaag precies 107 jaar geleden stierf Johanna van den Boer, die minstens vanaf 1865 de herberg De Nederlander dreef op de hoek van De Lind en Stationsstraat. Johanna werd geboren te Oisterwijk op 18 november 1824 als dochter van herbergier Jan van den Boer (Boxtel 29 september 1793-Oisterwijk 3 mei 1832) en Maria Anna van der Horst (Oisterwijk 5 januari 1794-9 juni 1873). Haar ouders bezaten café De Prins van Oranje aan de noordzijde van de Kerkstraat dicht bij de kerk. Johanna huwde op 9 november 1857 te Oisterwijk met hoefsmid Martinus van Iersel (Tilburg 1 oktober 1812-Oisterwijk 27 februari 1886), met wie ze vervolgens vijf zonen en twee dochters kreeg. Martinus was weduwnaar met vijf kinderen van Adriana van Arendonk. Johanna van den Boer dreef minstens vanaf 1865 een herberg (De Nederlander) op de hoek van De Lind en de Stationsstraat, aan de achterzijde was de hoefsmederij. Ook had ze een zeephandel en vanaf 1888 een schoenfabriek. Al in 1902 vergaderde de Alg. Ned. Bond van Schoenfabrikanten maandelijks in haar koffiehuis. In 1903 kocht zij de naastgelegen looierij en schoenfabriek van Johannes Petrus van Arendonk op De Lind, waar haar zonen Petrus Antonius (Oisterwijk 18 augustus 1863) en Gerardus Wilhelmus (Oisterwijk 9 augustus 1867) een schoenfabriek vestigden onder de naam Stoomschoenfabriek Wed. M. van Iersel. De fabriek werd in 1909 voorzien van elektriciteit. Op 6 juni 1918 vertrok zij naar Son om echter op 3 september 1918 al weer terug te keren in Oisterwijk. Zij overleed te Oisterwijk op 20 februari 1919. De herberg werd voortgezet door haar zoon Martinus Johannes van Iersel (Oisterwijk 13 september 1872). Hotel De Nederlander bleef een begrip in Oisterwijk,het gilde Sint-Sebastiaan was er thuis en in de jaren dertig van de twintigste eeuw was het een van de eerste gelegenheden met een eigen garage voor auto’s van gasten. Omstreeks 1972 werd het hotel-café gesloopt en kwam er een bank (ING), later vestigde opticiën Ron Zwart zich daar. Vanaf 1918 kwam de naastgelegen schoenfabriek in andere handen: J.P. de Brûle & Co, Paijmans (1927), Heimans en Meeuwis (1948). Nadat de schoenfabriek was afgebroken, werd op het braakliggende terrein de HEMA gevestigd.

Hermanus Josephus Schellekens (1756-1820) was arts en burgemeester van Oisterwijk. En toch zou hij als enige burgemeeste...
12/01/2026

Hermanus Josephus Schellekens (1756-1820) was arts en burgemeester van Oisterwijk. En toch zou hij als enige burgemeester nooit een straat naar zich vernoemd krijgen. Wat was er mis met Schellekens? Nou, hij was een vurig patriot, die het oude gemeente- en kerkelijke bestuur wilde vervangen door een revolutionair gemeentebestuur. In de kerk verzette hij zich tegen de pastoor die kerkbanken wilde verhuren. In de praktijk betekende die verhuur dat de rijken in de kerk mochten zitten en de armen moesten staan. Uit protest gingen de patriotten van Schellekens demonstratief op de verhuurde banken zitten. Hij was in Oisterwijk ook 'armendokter'. En toen hij stierf, liet hij een testament achter waarin niet alleen - zoals gebruikelijk in die tijd - zijn familie en de kerk erfden maar ook zijn dienstmeid Goverdina van der Horst. Zo'n burgemeester verdient toch een straat! Lees zijn totale biografie hieronder:

Hermanus Josephus Schellekens

Gedoopt op 18 mei 1756 te Leuven als zoon van Hermanus Godefridus Schellekens (Leuven 21 april 1720-20 maart 1800) en Joanna Maria Francisca Berthijns (Leuven 18 januari 1721-23 november 1800). Hermanus Josephus huwde op 19 mei 1799 voor de wet en in de RK kerk met de dan reeds vier maanden zwangere Elisabeth Tijsmans (Loon op Zand gedoopt 14 augustus 1762-Oisterwijk 4 augustus 1800), weduwe van koopman en lakendrapier Cornelius Josephus Suijs (gedoopt Den Bosch 7 januari 1745-Oisterwijk 21 juli 1793), met wie ze reeds drie kinderen had. Schellekens en Tijsmans kregen een dochter Maria Catharina Hermana Josepha die op 11 september 1799 gedoopt werd (het kind werd reeds begraven op 31 maart 1801). Zijn vrouw Elisabeth overleed reeds in 1800 op 38-jarige leeftijd aan een 'sukkelende pynelyke' ziekte, vier nog 'onmondige' kinderen achterlatend.

Zijn vader vervulde belangrijke bestuurlijke functies in het Leuven van rond 1775. De familie Schellekens was in Leuven een bekend chirurgijnengeslacht, in die periode kwam één op de drie chirurgijnen in Leuven uit die familie. Hermanus Schellekens ging al op zijn achtste jaar in de leer bij zijn vader, die barbier-chirurgijn was. Zijn licentiaat behaalde hij in Leuven op 27 oktober 1777. Schellekens was vanaf 1778-1781 werkzaam als arts in Oisterwijk. In de maand september van 1781 werd hij in Oisterwijk geconfronteerd met de rode loop (diarree met bloed), tot en met november zouden van de 1550 inwoners 187 de ziekte krijgen, waarvan er 52 overleden. Op 25 september werd aan alle waterputten in het dorp een waarschuwingsbiljet bevestigd met negen artikelen om verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Schellekens bezat het huis Lindeind 5, waar later de Franse School en nu het westelijk deel van het gemeentekantoor is gevestigd. Dat herenhuis met schuur of stal, ‘spatieuse’ tuin met vruchtbomen en een zomerhuisje aan de Stroom, was op 27 februari 1796 eigendom geworden van de kinderen van Cornelius Suys, dus van de stiefkinderen van Schellekens. Hij kocht het huis in 1810 van zijn stiefdochter Elisabeth Maria Suys. Een jaar later koopt Schellekens ook nog het oostelijk daarvan gelegen Lindeind 4. Namens een groot aantal Vaderlandsche Sociëteiten uit Brabant was hij op 28 augustus 1795 aanwezig op de Centrale Vergadering van Patriottische corpora in de Oude Doelen te 's-Gravenhage. Hij was president van de Vaderlandse Sociëteit Oisterwijk op 17 juli 1795. Secretaris was Johannes Hendrik van den Boer en verdere voormannen waren Joannes Antonisse en Willem Peter van Esch. Schellekens was in 1795 een van de aanvoerders van katholieke parochianen die wensten dat pastoor Van der Bruggen alle kerkregenten ontslag zou geven en dat het volk nieuwe kerkregenten kon kiezen. Verder keerden de patriotten zich tegen de bankenverhuur. Pastoor Van der Bruggen had in 1765 banken in de schuurkerk laten plaatsen, waarvan een gedeelte verhuurd werd. De kerk wilde deze inkomsten niet laten schieten. De patriotten kwamen bijeen in het huis van Schellekens. Zij maakten een nieuw kerkreglement maar Van der Bruggen deed er niets mee. De patriotten hielden daarop een petitie en riepen op de betaling van tienden te staken. De Representanten van het volk van Bataafsch Brabant in Den Bosch wezen de eisen van de Oisterwijkse patriotten af. De patriotten gingen daarna zitten op de verhuurde banken. Maar na een verbod van de Representanten van Bataafsch Brabant van 6 oktober 1796, Schellekens was mogelijk nog lid van dat college, hielden hun acties op. Schellekens was in elk geval lid van de Representanten van het volk van Bataafs Brabant van 9 tot 16 januari 1796. Ook was hij eerste vervanger (voor A. Molengraaff uit Vught) namens Kwartier van Oisterwijk binnen de Nationale Vergadering (1796). Op 28 maart 1798 werd hij met andere patriotten gekozen in de Oisterwijkse municipaliteit. Vanaf 10 april 1799 was hij president-schepen van Oisterwijk. Schellekens verzocht en kreeg in juni 1803 ontslag als districtsgecommiteerde voor de heffingen voor het district Oisterwijk. in datzelfde jaar vormde hij samen met Christianus Lust, P. Assenberghs en C.G. [S.F.?] Rijpperda het dagelijks bestuur van Oisterwijk. Op 18 februari 1805 werd hij samen met Christianus Lust aangesteld tot Medicinae Doctors over de armen in Oisterwijk en Heukelom. Op 8 maart 1806 legde Schellekens ook de eed af als herbergier en tapper van wijnen en gedestilleerd. Ook bezat hij bouwlanden en weilanden in Oisterwijk en een schuur aldaar met ploeg. Nadat Brabant in maart 1810 ingelijfd was bij het Keizerrijk Frankrijk werd op 13 augustus 1810 Schellekens door de prefect van het departement van de Monden van de Rijn N.F. de Beaumont aangesteld tot maire van Oisterwijk (tot 9 februari 1814), Folkert Rijpperda werd adjunct-maire en volgde Schellekens op als burgemeester. Schellekens was in 1816 weer uitsluitend medicus. Op 10 augustus 1820 liet hij zijn testament opmaken. Naast familie en kerk erfde ook zijn dienstmeid Goverdina van der Horst vijftig gulden. In zijn testament werden genoemd een apotheek, een bibliotheek, een sjees met kussen, een melkkoe, een kalf en een geit alsmede een paard (vos ruin) en een zilveren cachet. Door zijn ziekte kon hij niet meer schrijven en tekenen. Hij overleed twee dagen later te Oisterwijk, op 12 augustus 1820. Hij is de enige overleden burgemeester uit het moderne Oisterwijk waarnaar geen straat vernoemd is.

Literatuur: J.C. Vermuë, De dokter en de rode loop, De Kleine Meijerij 62 (2011) 154-169; A.R.M. Mommers, Brabant van generaliteitsland tot gewest. Bestuursinrichting en gezagsuitoefening in en over de landen en steden van Staats-Brabant en Bataafs Braband, 14 september 1629 - 1 maart 1796 (Utrecht 1953).

Oisterwijk had al in 1940 een gekleurde huisarts. In 1941 werd de Surinamer Paul Louis Wekker, wonende Kerkstraat 13, oo...
24/12/2025

Oisterwijk had al in 1940 een gekleurde huisarts. In 1941 werd de Surinamer Paul Louis Wekker, wonende Kerkstraat 13, ook nog eens gemeentearts. Hij was opgegroeid in Paramaribo als zoon van een witte Nederlandse onderwijzer en een zwarte Surinaamse moeder. Hij behoorde nog tot de generatie die hun zwart zijn zo veel mogelijk bedekte en hun kinderen de raad gaf om de Nederlandse cultuur zo veel mogelijk te omarmen. Bijzonder blijft het wel dat er in 1940, midden in bezettingstijd met al die racistisch denkende nazi's, al een zwarte arts in Oisterwijk rondliep. Benieuwd ook of er nog oud-patiënten van hem in leven zijn. Lees zijn biografie: https://advandenoord.nl/biografieen/Wekker_PL.html

Dit portret van de Amsterdamse interieurarchitect A.A.M. (Ad) Grimmon (1884-1953) bevat een merkwaardig detail: de rader...
23/12/2025

Dit portret van de Amsterdamse interieurarchitect A.A.M. (Ad) Grimmon (1884-1953) bevat een merkwaardig detail: de raderen van een machine. Het is geschilderd door Lafedons Gaarlem in 1932 en is in 1993 aangekocht door het Amsterdam Museum op een veiling van Christie’s. Volgens de veilingcatalogus was Grimmon een interieurarchitect die lange tijd voor de gemeente Amsterdam werkte. Hij zou verantwoordelijk zijn geweest voor het interieurontwerp en de kleurenschema’s van het Wilhelmina Gasthuis en luchthaven Schiphol. Maar hij was samen met de bedrijfsarchitect van de Lederfabriek Oisterwijk Otto Triebel ook verantwoordelijk in 1928-1929 voor de architectuur van de villa van Max Weil (1882-1943) met expressionistische stijlelementen in de Professor Dondersstraat in Tilburg. De bouwsom van deze villa bedroeg 90.000 gulden, het was hét voorbeeld van de Nieuwe Zakelijkheid in Tilburg. Weil was directeur van de Amsterdamsche Ledermaatschappij Almij, die de Lederfabriek Oisterwijk in zijn bezit had. In de Lederfabriek Oisterwijk stond ook in die jaren een voor die tijd zeer moderne stoommachine. Het lijkt erop dat deze stoommachine veel indruk heeft gemaakt op Grimmon en dat hij zich met deze machine heeft willen laten vereeuwigen op zijn geschilderd portret.

Op deze foto uit 1952 zien we de duplexwoningen in de Boxtelsebaan. Momenteel zijn het nog de enige duplexwoningen die i...
18/12/2025

Op deze foto uit 1952 zien we de duplexwoningen in de Boxtelsebaan. Momenteel zijn het nog de enige duplexwoningen die in Oisterwijk overeind staan. Die aan de Van Rijckevorsellaan en Tilburgseweg zijn reeds gesloopt. Dat lot zal de duplexwoningen aan de Boxtelsebaan helaas ook treffen. Toch zijn de duplexwoningen een monument uit de wederopbouwfase na de oorlog. De woningnood was toen minstens zo groot als nu. Jonge stelletjes kwamen niet aan een woning en moesten noodgedwongen inwonen bij de ouders of oudere broers of zusters. De duplexwoningen en de bouw van arbeidersgezinswoningen in de Prinsessenbuurt (Knèènebèrg, Oisterwijk-West) en De Burgt Akkers (Korea, Oisterwijk Oost) leidden ertoe dat meer jonge arbeidersgezinnen in Oisterwijk een woning konden huren. Zelf groeide ik op (1956-1978) in een duplexwoning in de Boxtelsebaan. In de loop der jaren waren mijn medebewoners o.a. Theo Rokven (de Tokkie), Trijntje en Huite de Valk-Klomp, Thijs Rozen, Wimke Nelissen, Ton Vervaart, Adrianus van den Bosch (de Paus), mijn opa en oma Dorus en Janske Diepens-Rokven, Jos en Trui Scholtze, Joanneke van Gestel, Ed en Sjan Gailliaert-Donders, Wim en Anneke van Lokven, Harm Ensing, den Langen Janus van Breugel, Sebilla Hollander, Toon Rokven (de Flap), Huub Smits (Huupke den Brommert), Willeke van de Mierde, Albertje Lavrijsen en Tineke Kardol-Donders. In de gemeenteraad steunden de socialisten de bouw van duplexwoningen, maar veel katholieke raadsleden waren tegen omdat ze vreesden dat de kleine duplexwoningen het geboortecijfer omlaag zouden halen. Deze maand staat mijn verhaal over de duplexwoningen in het heemkundetijdschrift 'De Kleine Meijerij'. Het is te bestellen bij het secretariaat van de heemkundekring: [email protected] of 06-20694624.

Adres

Oisterwijk

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Ad van den Oord Historie & Oisterwijk nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen