15/02/2022
De Strijd om het Kapelsche veer
In de vroege ochtend van 6 juni 1944 landen de geallieerde legers op de stranden in Normandië.
Ruim drie maanden later wordt op 12 september 1944 Mesch, het zuidelijkste dorpje van Nederland, door het Amerikaanse leger bevrijd.
Op 17 september 1944 start operatie Market Garden. Het doel alle bruggen over de grote rivieren in Nederland te veroveren mislukt gedeeltelijk. Bij de laatste brug bij Arnhem moesten de Britse en Poolse troepen zich terugtrekken. Door deze operatie werd een brede strook in Zuid-Nederland bevrijd.
Om een tegenaanval van de Duitsers te verhinderen opende de Britse,
Canadezen en de Polen de aanval.
Op 20 oktober 1944 startte operatie Pheasant met als doel de Duitsers uit
Brabant en Zeeland te verdrijven.
Op 30 oktober worden Waalwijk en Sprang-Capelle bevrijd.
Op 10 november 1944 is het gedeelte van de Langstraat tussen Geertruidenberg en ’s- Hertogenbosch gezuiverd van de Duitsers.
De Bergsche maas is de noordelijkste grens.
Deze grens werd bewaakt door de 1ste Poolse Pantser divisie onder leiding van
Generaal Maczek
De Poolse Generaal- Majoor Stanislaw Maczek.
Bij het plaatsje Sprang-Capelle ten zuiden van de Bergsche maas loopt een weg naar het noorden. Met een pont kan men de Bergsche maas oversteken. Het Capelse veer. Op 2 Km en zuiden van de Bergsche maas loopt het riviertje het Oude maasje die met een brug verbonden is met het Capelse polder. Deze situatie is zo ontstaan bij het graven van de Bergsche maas. Nadat de brug over het oude maasje was opgeblazen , eind 1944 ontstond er een eiland van 12 bij 2 km in de Bergsche maas.
op circa 175 meter ten zuiden van de Bergsche Maas, staat op de zomerdijk een dubbele woning waarin de pontbazen (schippers) met hun gezin woonden. Eind oktober 1944 werden drie gezinnen gedwongen te verhuizen. In de nacht van 8 op 9 november waren er Duitse patrouilles weer actief op het eiland.
Deze eenheden werden al snel gewaar dat het eiland en de polders tussen het eiland en de Langstraat niet continu door de geallieerden troepen waren bezet en dat daardoor een soort niemandsland was ontstaan.
De Duitse generaal Kurt Student.
Kolonel generaal Student geeft zijn 88e Duits legercorps, welke ten noorden van de Bergsche maas in het land van Maas en Waal bezet opdracht om de dubbele woning uit te bouwen tot een bastion.
Nadat Student op 8 december was ingelicht over de plannen van het Ardennenoffensief werd het belang van het eiland duidelijk en werd nog verder uitgebouwd. Het werd de eerste oversteek bij de operatie Fall Braun. De 2 huizen werden met elkaar verbonden door loopgraven en er werd ‘s nachts veel munitie aangevoerd .Het eiland Kapelsche veer was ontstaan.
Op december 1944 startte de Duitse generaal Von Rundsted het Ardennenoffensief met als doel Antwerpen te heroveren .
Als Antwerpen zou worden veroverd zou een 2de aanval op Antwerpen vanuit het noorden volgen om zo de geallieerden in de tang te nemen. Operatie Fall Braun.
Jan de Rooij, van de verzetsgroep André, die vanaf de noordzijde van de Bergsche Maas in verbinding staat met het bevrijde zuiden, bericht dat in het land van Heusden en Altena veel Duitse manschappen bijeen zijn gebracht en dat er brugsegmenten aangevoerd worden. Genoeg redenen om te denken dat dit misschien een volgende dreiging zou kunnen zijn. Verkenningsvliegtuigen worden ingezet en constateren dat er veranderingen aan de noordzijde van de Bergsche Maas zijn waar te nemen. Het is de Duitse Fallschirmjäger kolonel-generaal Kurt Student ter ore gekomen dat de Polen, die vanaf de Moerdijk tot Lith de Maas moeten bewaken, met te weinig manschappen zijn. Dat biedt Student kansen. Temeer omdat op de zuidkant van de Bergsche Maas, naast de oprit van het Capelse Veer, een gedeeltelijk dichtgeslibd haventje ligt wat hij kan laten gebruiken als aanvoerhaventje op het poldereiland.
Na de ontdekking van deze Duitse activiteiten op het eiland wordt in allerijl een Canadese eenheid die op weg was naar de Ardennen, nabij Eindhoven gealarmeerd. Deze eenheid keert terug naar het noordelijk front om mogelijke Duitse oversteek het hoofd te bieden.
De Britse bevelhebbers van het 1e Britse legerkorps waren er zich van bewust dat de noordelijke frontgrens erg dun was, het bedroeg 52 Km en werd alleen bewaakt door de 1e Poolse Pantser Divisie.
Het Ardennenoffensief loopt Vast op26 december. De Duitsers worden door de Amerikanen aan de noordkant en aan de zuidkant verslagen
Nadat het Ardennenoffensief is mislukt, zien de Duitsers bij het Kapelsche veer dat hun opzet voor niets is geweest. Generaal Student vindt dat het nu een mooie trainingsplaats voor de rekruten van zijn711e en 712e regiment Fallschirmjäger (parachutisten, maar nu zonder vliegtuigen) en wil daarom het kleine bruggenhoofd niet prijs geven.
De bevelhebber van het 1e Britse legerkorps Luitenant-Generaal Crocker wil dat het Duitse bruggenhoofd moet worden geëlimineerd.
Het is de 1e Poolse Pantser Divisie onder leiding van Generaal- Majoor Maczek die de opdracht krijgt om de infiltranten te verdrijven, Zij stellen geschut op en laten een regen van vuur over de Duitsers neerkomen.
In de nacht van 28 op 29 december gaat er een verkenningspatrouille naar het eiland om de sterkte van de Duitsers te bepalen. Zij worden geholpen door 19 vrijwilligers uit Sprang-Capelle. Zij dragen de 2 boten.
Nadat de patrouille op het eiland was geland, kwam het tot een vuurgevecht met de Duitsers. Het gevolg was dat er een aantal Poolse soldaten gewond raakten en dat er bij de vrijwillegers negen man gewond zijn: vijf zwaar en vier licht gewond. Om 04.00 uur trok de patrouille zich terug. Alle gewonden worden deze nacht afgevoerd naar hun vertrekpunt, de kern van het dorp Capelle. Met Rode Kruis auto’s worden zij naar hospitalen en ziekenhuizen gebracht. Daar is een Poolse soldaat overleden.
De rest gaat de volgende dag met verlof naar Breda en wordt vervangen door mensen van hun divisie die hun rustdagen achter zich hebben.
In de nacht van zaterdag 30 op zondag 31 december 1944 vallen de Polen het bruggenhoofd aan. Om 24.00 uur beginnen de beschietingen door de divisieartillerie samen met de tanks en mortiereenheden. Om 02.00 uur zwijgen de kanonnen en begint de aanval.
De Duitsers kunnen het gebied vanaf de hoger gelegen dijken goed overzien en bieden hevige tegenstand. De Polen besluiten zich terug te trekken.
In de nacht van 2 op 3 januari voeren de Duitsers vanaf de noordkant nog meer munitie aan waaronder 2 stuks geschut.
In de nacht van zaterdag 6 op zondag 7 januari 1945, start operatie Trojan met sneeuw en een temperatuur van tien tot twaalf graden onder nul. Desondanks ondernemen de Polen een tweede aanval. Deze loopt door tot zondagavond. Maar weer moet men verschillende vrienden achterlaten en zich terugtrekken, zij verliezen 49 man waaronder 11 doden.
Operatie Horse start in de nacht van 13 op 14 januari 1945. Generaal Maczek krijgt hulp: Britse commando’s van de 47th Royal Marine Commando, aangevuld met een afdeling Noorse Commando’s, Nr. 5 troop /10 Interallied Commando ondersteunen de Polen. Vanuit 2 richtingen vielen de mannen het bruggenhoofd aan. De aanval startte om 23.45 uur. Om 5.30 uur zag men dat het niet langer mogelijk was om de aanval tegen het Duitse bruggenhoofd voort te zetten. De uitgeputte troepen trokken zich terug met medeneming van alle gewonden De operatie was om 07.15 uur voltooid, Ook deze gezamenlijke aanval kost weer slachtoffers.
De voorbereidingen voor de volgende operatie Elephant begonnen direct na het mislukken van Operatie Horse.
Generaal John Crocker van het Eerste Britse Leger Corps, onderdeel van het Eerste Canadese Leger, geeft aan de 4e Canadese Pantserdivisie van generaal
Christopher Vokes opdracht om een degelijke en definitieve aanval met zwaarder geschut op het Duitse bruggenhoofd nabij het Kapelsche veer voor te bereiden.
En zo wordt de 26 januari aanval voorbereid .28 Boten worden vanuit Canada ingevlogen en daarmee wordt geoefend op het afwateringskanaal. Manschappen worden getraind in de Loonse en Drunense duinen. Met 15 boten werd er geoefend op het afwateringskanaal tussen Drunen en Waalwijk. Ondertussen is er een Baileybrug over de Oude Maas bij Waalwijk gelegd zodat er enkele Sherman tanks en gemotoriseerde kanonnen de rivier het Oude Maasje kunnen passeren.
Waps vlammenwerpers staan ter beschikking en de 803e Smoke Company zal voor rookgordijnen zorgen. Geschut en mortieren staan tot hun beschikking en Typhoons van de Tweede Tactische Luchtmacht (2nd TAF) zullen dagelijks, bij goed weer, present zijn tijdens de aanval. Voor deze aanval worden een enorme hoeveelheden munitie aangevoerd. 26.00 25 ponders.13.000 zware en middelzware granaten, 10.000 3 en 4,2 inch granaten en 20.000 patronen voor middelzware mitrailleur geweren. Dit is meer dan dat in de slag om El Allemein zijn verschoten De operatie Elephant begint op 26 januari 1945 ‘s morgens om 07.15 uur. Die dag was het helder maar vreselijk koud en er lag sneeuw. De Bergsche maas lag vol met ijsschotsen.
De aanval werd uitgevoerd door het South Alberta regiment, Het Lincoln and Welland regiment, The Argyll and Sutherland Highlanders of Canada, The New Brunswick Rangers ondersteund het en door diverse ander onderdelen zoals artillerie en de Engineers en de luchtmacht
Om 5.45 uur begon de artillerie met het leggen een rook gordijn aan de noordzijde van de Bergsche maas om zo de soldaten te beschermen tegen vuur van de overkant van
de maas De mannen die in boten, onder dekking van een rookgordijn, op de Bergsche Maas ingezet worden om het bruggenhoofd aan de achterkant te benaderen. Aan de zuidkant van de Bergsche maas hadden zij moeite om in de boten te komen door het kruiende ijs. Van wege dit ijs moesten zij in het midden van de rivier gaan varen Tot hun verbazing zien zij dat de wind draait en worden dan een
schietschijf voor hun tegenstander, zowel vanaf het noorden als het zuiden worden ze onder vuur genomen. Van de 60 man konden er maar 15 drijfnat de zuidkant bereiken. Zij konden niet meer deelnemen aan de gevechten.
Met Buffalo’s werd het oude maasje overgestoken. De snelle opmars naar de winterdijk verliep zonder tegenstand. Daar begon men zich in te graven. Dit was heel moeilijk omdat de ondergrond bevroren was. Nadat het rookgordijn was opgetrokken bleek dat de Duitsers op 50 meter afstand hun verdedigingslinies hadden liggen.
De Duitsers zagen hun kans schoon en deden een tegenaanval. Omdat de oevers waren bevroren en de Canadezen zich niet in konden ingraven werden een tiental mannen gedood.
Op de rechterflank stak de A compagnie over in de Buffalo’s en Wasps carrier de Bergsche maas over. Hierbij ging 1 wasps verloren. Op de linkerflank wachtte de Duitsers met schieten totdat de Canadezen tot op 300 mtr waren genaderd .Het vuur wat hierna losbarstte hield de Canadezen tegen en zij kwamen geen meter meer vooruit.
Tegen 09.45 uur werden de Canadese eenheden verrast door een tegenaanval van de Duisters vanuit de stelling rondom het oostelijk gelegen huis . De Canadezen moesten zich terugtrekken op hun eerdere stellingen.
Opnieuw vallen de Canadezen de Duitse stellingen aan. De Duitsers vochten hard terug, ondersteund door mortiervuur vanaf de noordzijde van de Bergsche maas. De voorste tank op de rechterflank reed over een smalle dijk maar werd kapot geschoten. Daardoor konden de andere tanks niet verder. Zij kwamen tot op ongeveer 600 meter van het eerste versterkte huis die door de Canadezende codenaam Grapes kreeg. Het vuur dat hierna van de Duitsers losbarstte pinde de Canadezen vast en na een half uur trokken zij zich terug.
De verliezen die de Canadezen leden waren zo groot dat de resterende groep niet meer als gevechtseenheid aangemerkt kon worden. De Canadezen hadden geen enkele beschutting. Op de met sneeuw bedekte dijk en vele soldaten hadden bevroren ledematen.
Gedurende de avond en nacht gingen de beschietingen van het Duitse bruggenhoofd en de noordoever van de Bergsche maas onverhinderd door. Tot grote teleurstelling van het hoofdkantoor bleek de enorme vuurkracht die aanwezig was niet instaat om de Duitse artillerie tot zwijgen te brengen.
De eerste dag werd afgesloten met het gevoel dat de plannen voor Operatie Elephant anders uitpakte en dat de tegenstand tientallen malen sterker was dan voorzien.
In de vroege ochtend werden de soldaten van het Lincoln and Welland regiment afgelost door een antitank compagnie. De Canadezen werden continu onder vuur genomen vanuit de 2 versterkte huizen die de codenaam RASPBERRY kregen en vanaf de noordkant van de rivier.
Intussen was het bericht binnengekomen dat de Duitsers zich hadden versterkt met 120 man van het 6e Parachutisten Divisie. Drie pelotons hielden een strook van 2 kilometer bezet tussen het veer en de versterkte Duitse stelling
De Duitsers kende nu de routes die de Canadezen gebruikten bij de aanvallen en begonnen deze vanaf de noordzijde van de rivier met mortiervuur te bestoken. De Canadezen beantwoorde dit vuur met tegenvuur maar konden de vuurmonden niet tot zwijgen brengen. Pas toen er een verkenningsvliegtuig de posities doorgaf kon de Duitse geweld tijdelijk worden uitgeschakeld. De opmars van de Canadezen ging heel traag met grote verliezen. De Duitsers ondernamen rond 18.00 uur een tegen aanval Beide aanvallers waren elkaar zeer dicht benaderd. Dankzij tankvuur werd de aanval van de Duitser afgeslagen.
De Duitsers bleven vastberaden de overgebleven stellingen binnen het bruggenhoofd te verdedigen en slaagde hierin zo goed dat zij de Canadezen op afstand konden houden.
Om 22.00 uur begonnen de parachutisten ondersteund door mortier en machinegeweervuur een tegen aanval. Deze verraste de Canadezen. Zij waren gedwongen om zich terug te trekken op een eerdere stelling op een honderdtal meters terug. De artillerie ging, net als de vorige nachten door met het beschieten van de Duitse posities zowel op het bruggenhoofd als op de noordzijde van de rivier.
Maandag de 29ste werd de koudste dag van de winter. Het vroor maar liefst 14 graden en door de snijdende wind voelde het nog kouder. Het aanvalsplan bleef gehandhaafd,het Bruggenhoofd van 2 kanten aanvallen. Ondersteund door de tanks van het South Alberta Regiment kon men doordringen tot het eerste huis. De verdedigers richten zich meteen op de tanks die met pantservuisten werden uitgeschakeld. Opnieuw werd door de infanteristen van het Argyll and Sutherland Regiment de aanval tegen het woonhuis GRAPES ingezet. Sommige Duitsers gaven zich over terwijl anderen vanuit de loopgraven doorvochten.
In de nacht van 28 op 29 januari was de genie bezig geweest met het pontveer over het met dik ijs bedekte Oude Maasje overzetten van een aantal tanks. Hierbij werden de Buffalo ’s als een soort ijsbreker gebruikt. Ook nu was het bijna mis gegaan doordat het pontveer dor de zware ijsgang was aangevaren door een Buffalo. Toch konden er een aantal tanks worden overgezet. Omdat tanks hard nodig bleek te zijn lukte het de Canadezen toch niet om verder op te ru**en .
De Duitse 6e parachutisten divisie zag haar posities op het bruggenhoofd verder verzwakken en zij probeerde de opengevallen gaten weer op te vullen.
;s Nachts probeerden zij tot 2maal toe versterkingen vanaf de noordzijde van de Bergsche maas over te zetten . De geallieerde verhinderde dit met zware mortier en artilleriebeschietingen.
De temperatuur begon in de nacht van 29 op 30 januari1945 flink te stijgen. Het veranderde van een zeer strenge winter naar een zachte weertype van nevel waaruit regen en natte sneeuw viel. Het gevechtsterrein veranderde daardoor geleidelijk aan in een grote modderpoel. Dit had gevolgen voor de strijd. De tanks kwamen vast te zitten in de modder en werden losgetrokken door bulldozers die op hun b***t ook kwamen vast te zitten en die dan weer los werden getrokken door de tanks. De genie kreeg het moeilijk met het overzetten van de tanks. Gedurende de dag verschenen er steeds meer tanks op het eiland, ter ondersteuning van de infanterie, welke de start vormde van een nieuwe aanval op het steeds kleiner wordende bruggenhoofd. De Duitsers probeerde te vergeefs meer soldaten over te zetten naar de zuidkant. Dit werd verhinderd door hevig mortier en artilleriebeschietingen waarbij de Duitse boot zonk. Tijdens deze dag waren er successen aan beide zijden van het front. Duitsers die gevangen waren genomen vertelde dat de verliezen aan hun zijde zeer groot waren.
Op 30 januari 1945 werd de Kolonel-Generaal Student als opperbevelhebber van legergroep H vervangen door Kolonel-Generaal Johannes Blaskowitz. Pas toen kreeg de commandant van de 6e Parachutedivisie Luitenant-Generaal Herman Plocher toestemming om de bezetting van het bruggenhoofd op te heffen.
Op het bruggenhoofd werden om vier uur in de morgen alle Canadezen posten op het eiland vanaf de noordzijde van de Bergsche maas hevig onder vuur genomen. Onder dekking van een hevig granaatscherm trokken de laatste Duitse verdedigers van het Kapelsche veer zich terug op de noordelijke oever van de Bergsche maas. Om 07.45 uur werd de aanval door de Canadezen ingezet en om 09.00 uur ontmoeten de beide Bataljons elkaar.
De Duitsers hadden het eiland verlaten.
Hierop werd het hele bruggenhoofd gecontroleerd op de nog eventuele Duitse para’s.
Deze werden niet gevonden.
Op 31 januari 1945 is het schiereiland Kapelsche veer door de Duitsers verlaten en is er 4 dagen hevig gevochten om een stukje Nederlands grondgebied van 8 bij 2 Km.
Hierbij zijn vele slachtoffers gevallen.
Het 1e Poolse Pantser Divisie verloren in totaal `124 man waarvan 34 gesneuvelden en 90 gewond.
Het Britse 47 Royal Marine Commando verloren 38 man, 5 waren er gedood 3 vermist en 30 gewond.
Het Noorse commando 5 troop / 10 Inter Allied-Commando verloren 9 man,
4 werden er gedood waaronder 1 officier.
Het 4e Canadezen leger leden extreme verliezen.
Het Lincoln and Welland regiment verloor 183 man waarvan er 50 werden gedood waarvan 7 officieren.
The Argyll and Sutherland Highlanders of Canada verloor 50 man waarvan er 15 waren gedood.
Het South Alberta tank regiment verloor 7 man waaronder 2 officieren.
Het aantal soldaten die gewond raakten of bevroren ledematen hadden of om andere medische redenen werden geëvacueerd bedroeg 106 man. De geallieerde verliezen gedurende de strijd om het Kapelsche veer bedroeg 572 man.Dan in het begin van april 1945 komen er Belgische Oorlog vrijwilligers van het 2e bataljon van de 1e Belgische Brigade Piron als vervanging voor de Polen, die weer worden ingezet om Nederland verder te bevrijden. Duitse soldaten laten van tijd tot tijd hier in de polder nog wel van zich horen en zelfs zien. Maar ook van deze kant zijn er nog wel eens nieuwsgierigen die willen weten hoe het aan de overkant van de rivier is gesteld, want men mist op een dag zes Belgische jongens die wat later gevonden zijn en zoals men kon zien op barbaarse wijze om het leven waren gebracht.